Bij de operatie aan het schoudergewricht wordt het aangetaste gewricht vervangen door een prothese. Er wordt een nieuwe kop en soms een nieuwe kom geplaatst. Dit is afhankelijk van de conditie waarin het kraakbeen van de kom verkeert. Ook is hierbij heel belangrijk of er defecten zijn aan kapsel en spieren rond de schouder. Om het schoudergewricht te bereiken maakt de orthopedisch chirurg een snede aan de voorkant vanaf het sleutelbeen tot net iets voorbij de okselplooi over de arm. De schouderspieren en het gewrichtskapsel worden deels gespleten, deels doorgenomen om de kop uit de kom te kunnen halen. In de bovenarm wordt een nieuwe schouderkop bevestigd met een steel. Afhankelijk van de botkwaliteit wordt de steel met zogenaamd botcement vastgezet. Als de gewrichtskop in de kom is gezet worden kapsel en spieren weer teruggehecht. De huid wordt met hechtdraad of agraven (soort nietjes) gesloten.
Nazorg
De eerste dagen zitten uw arm en schouder in een speciaal verband (Gilchrist), daarna in een sling (draagband van schuimrubber) om de arm rust te geven. Een dag na de operatie wordt er een controle foto gemaakt. Daarna zullen er onder begeleiding van de fysiotherapeut oefeningen plaatsvinden. Geleidelijk zal de fysiotherapeut met u de beweeglijkheid uitbreiden,ook geeft de fysiotherapeut aan hoe u zelf moet oefenen. Alle patiënten zullen na ontslag uit het ziekenhuis, met fysiotherapie doorgaan. Voorkeur gaat uit naar de schoudergroep van de afdeling fysiotherapie in het Sint Franciscus Gasthuis. Ontslagdatum gaat in overleg met de orthopeed en is afhankelijk van de wondgenezing en de vorderingen bij de oefeningen. De hechtingen worden 14 dagen na de operatie verwijderd.
Voor meer informatie, download de patientenfolder.





